Oude Geschiedenis | Protest veroorzaak verhuis


Protest veroorzaakt verhuis

 

Een reactie van de reeds bestaande rederijkerskamers is onvermijdelijk en vooral Vlaanderen zal zich hiertegen verzetten. Hier zullen de Gentse kamers het voortouw nemen. De Gentse 'Fonteyne' weigert de suprematie van "Jhesus metter Balsembloumme" te erkennen en beroept zich op haar eerstgeboorterecht. Uit protest blijven de Gentse kamers weg op de officiële aanstelling.

De passiviteit van de Gentse Maximilaan van Oostenrijkkamers zal echter niet lang duren en hun reactie zal zo hevig worden, dat Filips in 1505 (1505) besluit, in een poging om het protest definitief te smoren en hun macht aan banden te leggen, de zetel van "Jhesus metter Balsembloumme" van Mechelen naar Gent over te brengen, m.n. naar het Prinsenhof. Pieter Aelturs laat zich meteen door 15 te Gent wonende proviseerders omgeven. Op deze manier wil hij de vooraanstaande Gentse burgerij voor zich winnen. Met de aanstelling van 15 "trouwe" Balsemieren probeert hij de infiltratie van verdachte individuen onmogelijk te maken. Na de dood van Filips de Schone (25 september 1506) kan "Jhesus metter Balsembloumme" op de steun van het hof blijven rekenen. Op 20 januari 1508 (1508) bevestigen keizer Maximiliaan en aartshertog Karel de statuten van "Jhesus metter Balsembloumme".

AFB_oudegeschiedenis/oud9.jpg



Deze woelige periode uit de geschiedenis van de Zuid-Nederlandse rederijkerskamers, en later vnl. ook die van de Gentse, wordt tussen 1512 en 1529 door Haneton, de toenmalige secretaris van de keizer, neergeschreven. Hij legt de instelling van "Jhesus metter Balsembloumme", de reden, haar rechten en haar plichten, en haar herbevestigingen vast op perkament.  Dit uniek archiefstuk wordt tot op heden gaaf bewaard in het Mechelse stadsarchief. Het omvat o.a. de stichtingsoorkonde en de daarbij verleende privileges. Hieruit kan men duidelijk vaststellen dat de oprichting van "Jhesus metter Balsembloumme" inderdaad kadert in een vooropgezet plan om haar invloed op de andere kamers zo groot mogelijk te maken, en later, bij het veelvuldige protest, blijkt dat men die controle kost wat kost wil behouden en zelfs vergroten. Want, inderdaad, hoe groter de conflicten worden, hoe meer voorrechten de 'souvereine camere' krijgt, waardoor ze een onvoorwaardelijke, wettelijke macht kan uitoefenen op bestaande kamers in de Nederlanden.
Het document heeft een grote geschiedkundige waarde. Het geeft ons namelijk een juistere kijk op die specifieke ingesteldheid in de toenmalige Nederlanden waar de rederijkers voor een, reeds aangehaalde, culturele bedrijvigheid zorgen.

 

 

 

 

 

 

 

 
 
 NIEUWS
 

 

 
Theater De Balsemblomme wordt gesteund door De Stad Gent en de Provincie Oost-Vlaanderen en is lid van Open Doek.